Projecten transport & logistiek

 Benelux als laboratorium voor innovatieve logistiek 


CONTEXT

Het Benelux-overleg inzake transport en mobiliteit wordt aangestuurd door het Directiecomité Verkeer en Vervoer dat is samengesteld uit de betrokken directeuren-generaal en secretarissengeneraal. De secretarissen-generaal van de transportministeries nemen hieraan deel. Noordrijn- Westfalen is waarnemer in dit overleg.

ESSENTIËLE PROJECTEN

Verduurzamen van Mobiliteit

• Opzetten van de gemeenschappelijke Benelux-dienst IDRO (ID Registration Office) voor de afgifte en het beheer van identificatiecodes voor operatoren voor het opladen van elektrische voertuigen. Deze dienst sluit aan bij het Europese IDACS-project (ID and Data Collection for Sustainable fuels in Europe). De Benelux-aanbeveling Alternatieve brandstoffen M (2015) 10 zette het kader uit voor een gecoördineerde uitrol van o.a. elektrische mobiliteit. In het licht van de Europese verplichtingen wensen de Benelux-lidstaten nu een gemeenschappelijke Beneluxdienst op te zetten voor het registreren van operatoren van laadpunten.
• Uitwisseling van best practices, harmonisatie en gezamenlijk beheer op het gebied van systemen voor de bescherming van gebruikers van openbaar vervoer in de voertuigen en infrastructuur, in de context van een pandemie of andere rampen met grensoverschrijdende gevolgen.
• Opvolgen van de Benelux-verklaring over milieuzones en zero-emissiezones tussen nationale en lokale overheden.

Digitaliseren Transport en Logistiek

• Uitbouwen van proefproject Digitale Vrachtbrief (e-CMR). Uit de evaluatie van het lopende proefproject is naar voren gekomen dat een ‘common access point’ voor overheden voor het van overheidszijde controleren van digitale vrachtbrieven nodig is. Dit omdat het ‘common acces point’ toegang geeft tot alle door softwareleveranciers beheerde vrachtbriefgegevens, zonder dat inloggen per provider nodig is. Dit maakt uitbreiding van de proef met nieuwe softwareleveranciers mogelijk. Besloten is daarom om de proef te verlengen en op korte termijn te starten met een simpele versie van een ‘common access point’. Hier kunnen in
een later stadium functionaliteiten, bijvoorbeeld aangaande afval- en gevaarlijke stoffen, aan worden toegevoegd. Ook kunnen nieuwe softwareproviders worden toegelaten tot de pilot. Het uiteindelijke doel van de proef is om toe te werken naar volledige toelating van digitale vrachtbrieven in het internationale verkeer. Daarnaast zal het e-CMR Benelux-proefproject benut worden om input te leveren voor de implementatie van de recent geaccordeerde Europese Electronic Freight Transport Information Verordening (eFTI), die eind 2025 in werking treedt en de lidstaten verplicht om digitaal aangeleverde vrachtinformatie voor alle modaliteiten
te accepteren.

• Mobility as a Service (MaaS) – Benelux Living Laboratory. MaaS draagt er o.a. toe

bij de reiziger van deur tot deur oplossingen aan te bieden zonder telkens afzonderlijke reisinformatie te moeten raadplegen en tickets te hoeven kopen. Dit vereist onder meer een goede gegevensuitwisseling tussen alle vervoersaanbieders, goede onderlinge afspraken en een helder regelgevend kader. Een ‘living laboratory’ wordt opgezet waarbinnen aan de hand van simulaties inzichtelijk wordt gemaakt hoe het ecosysteem functioneert waarin alle MaaS spelers opereren en welke de taal, standaarden en andere afspraken zijn waarmee binnen dat systeem gewerkt kan worden op het gebied van data-uitwisseling en betaling.

PROJECTEN IN ONTWIKKELING

• Mogelijkheden bekijken voor verdere reductie van de uitstoot door het faciliteren van zero-emissievrachtwagens zoals waterstof en e-trucks en het verder bevorderen van de benodigde grensoverschrijdende infrastructuur.
• Opstellen van een Roadmap Fietsstimulering naar aanleiding van de Verklaring van ministers 2020.
• Overleg plegen met de luchtverkeersleiders over het beheer van het droneverkeer en de ontwikkeling van het luchtruim (U-space).
• Faciliteren van een proefproject om het grensoverschrijdende vervoer van schepen op waterstof te testen met het oog op de vaststelling van gemeenschappelijke normen en de wederzijdse erkenning van de certificering.
• Mogelijk maken van wederzijdse erkenning veiligheidscertificaten in de kustvaart. Gewerkt zal worden aan een Beneluxbeschikking tot wederzijdse erkenning van nationale veiligheidscertificaten van schepen in de near coastal vaart. Een en ander met het doel te komen tot een verlichting van de administratieve lasten voor de sector en de overheid.
• Lessen trekken uit de crisis door het opstellen van een postcorona-analyse voor de grensoverschrijdende afspraken supply chains. Welke lessen zijn er te leren uit de coronacrisis op het gebied van transport en logistiek en welke afspraken/checklists/draaiboeken kunnen grensoverschrijdend gemaakt worden met het oog op eventuele toekomstige vergelijkbare situaties?
• Eenvormig aanpassen van technische voorschriften voor voertuigen in het kader van verblindende koplampen en luidruchtige motoren. Eerdere Benelux-beschikkingen hadden reeds betrekking op gedetailleerde voertuigeisen en kunnen als basis dienen om een gelijkvormige aanpak te faciliteren.